Home » Nieuws » 2019 slecht jaar voor wethouders

2019 slecht jaar voor wethouders

Gepubliceerd op 15 januari 2020 om 12:49

Het afgelopen jaar is een recordaantal van 126 wethouders tijdelijk of definitief afgetreden of weggestuurd om politieke redenen. Dat blijkt uit het Wethoudersonderzoek 2019 dat in opdracht van Binnenlands Bestuur is uitgevoerd door De Collegetafel. Ter vergelijking: in 2018 traden 46 wethouders af en in 2017 waren het er 79. Het aantal wethouders dat in 2019 stopte was daarmee het hoogste in de afgelopen vijftien jaar.

Uiteengevallen coalities

De belangrijkste reden voor het vertrek van wethouders was het uiteenvallen van coalities. Dat gebeurde vorig jaar in een ongekend hoog aantal van 26 gemeenten. Als de belangrijkste verklaring voor het uiteenvallen van coalities noemt Binnenlands Bestuur de onwil en het onvermogen van de bestuurders om tot gezamenlijke afspraken te komen. In grote en kleine gemeenten als Assen, Den Haag, Westerveld en Zaanstad kost het vormen van een nieuwe coalitie maanden; soms is er zelfs aan het einde van het jaar nog geen resultaat (Almere, Buren, Oldambt, Sittard-Geleen) of struikelt de coalitie van de ene naar de andere valpartij  (Bergen NH). Financiële problemen zijn vaak voorkomende oorzaken voor coalitiebreuken, bijvoorbeeld in Arnhem, Assen, Bunschoten en Oldambt. Verstoorde verhoudingen waren de reden in Almere, Bergen NH, Brummen, De Ronde Venen, Leiderdorp, Westerveld, Winterswijk en Zaanstad. De strijd tussen raad en college over de speelruimte voor wethouders leidde tot de val van coalities in Buren, Eemnes en Krimpen. Een inhoudelijk conflict, over het tempo van de klimaatmaatregelen, leidde tot een coalitiebreuk in Rijswijk. Integriteit is alleen in Den Haag de oorzaak voor een geklapte coalitie: het onderzoek van het Openbaar Ministerie naar mogelijke vriendjespolitiek en corruptie van twee wethouders leidt tot een spraakmakende coalitiebreuk met de Groep De Mos/Hart voor Den Haag.

 

Politieke versnippering

Versplintering van het politieke landschap is geen direct aanwijsbare oorzaak voor het hoge aantal coalitiebreuken. Slechts in 10 van de 26 gemeenten met een coalitiebreuk is het aantal raadsfracties na de verkiezingen van 2018 gestegen; in de overige gemeenten bleef het aantal raadsfracties gelijk of werd zelfs kleiner. Wel maakt het grote aantal raadsfracties het vaak lastig om snel nieuwe meerderheden te vinden.

In een reactie op het Wethoudersonderzoek 2019 zegt Jeroen van Gool, directeur van de Wethoudersvereniging, het volgende over de oorzaak van het grote aantal coalitiebreuken: ‘Uit jullie onderzoek zou blijken dat de politieke versnippering van de raad daarin geen grote rol speelt. Ik plaats daar vraagtekens bij. Een krappe meerderheid zet het fundament onder een coalitie eerder onder druk. Zeker in combinatie met een brede oppositie die zijn geluid stevig laat klinken. Verder sluit ik me aan bij jullie analyse. De gemeenten hebben er veel taken in het sociale domein bij gekregen, zonder het bijbehorende budget. Om de oplopende zorgkosten te compenseren, moet er elders in de begroting worden gesneden. Dat zet de verhoudingen in een coalitie gemakkelijk onder druk.’

 

Overige redenen

Naast het grote aantal coalitiebreuken waren er uiteenlopende redenen waarom wethouders vertrokken. Een twintigtal kwam ten val door eigen fouten, zoals een falende bestuursstijl of als gevolg van integriteitskwesties. Tien wethouders maakten de overstap naar een burgemeesterspost. Vier wethouders werden, na de Statenverkiezingen van 2019, benoemd tot gedeputeerde in een van de nieuw geformeerde colleges van Gedeputeerde Staten. Opvallend is dat er afgelopen jaar 45 wethouders waren die om persoonlijke of gezondheidsredenen stopten. Bij het merendeel – 24 wethouders – ging het om persoonlijke redenen, wat soms ook een nette manier is om afscheid te nemen vanwege onvrede over het functioneren van de wethouder.

 

Toenemende druk

Komen wethouders door het veranderende politieke en maatschappelijke klimaat steeds vaker ten val? Gevraagd naar de vooruitzichten zegt van Van Gool zich zorgen te maken: ‘Wethouders krijgen steeds meer verantwoordelijkheden en het eind van die trend is nog niet in zicht. De energietransitie komt er nu aan, de Omgevingswet die per 2021 wordt ingevoerd. Het zijn onderwerpen waaromheen het politieke debat verhardt. Ook de druk vanuit de samenleving wordt groter.’ Hij erkent het risico van een nieuw recordaantal wethouders dat vertrekt in 2020: ’Door de brede coalities zetten politieke partijen eerder hun wethouder onder druk. Die moet wel met iets thuiskomen waar de partij zich in herkent. Ook de financiële problematiek van gemeenten zie ik dit jaar niet veel minder worden. Dus ja, nieuwe records liggen op de loer, al hoop ik dat het omslagpunt nu wel is bereikt. Maar ik hou mijn hart vast.’

De zittende wethouders adviseert hij: ‘Vaker een adempauze nemen. Creëer ruimte in je agenda om op je functioneren te reflecteren. Ga met het college eens een dagje de hei op, of maak gebruik van supervisie.’

 

Bron: www.binnenlandsbestuur.nl en www.decollegetafel.nl 


«   »