Home » Nieuws » Lobby gemeenten naar climax

Lobby gemeenten naar climax

Gepubliceerd op 23 februari 2021 om 17:19

Op vrijdag 12 februari nam de Algemene Ledenvergadering van de Vereniging Nederlandse Gemeenten (VNG) met 100% van de stemmen de resolutie ‘Herstel van bestuurlijk en financieel vertrouwen’ aan. Wordt het barsten of buigen?

De kern van de resolutie Herstel van bestuurlijk en financieel vertrouwen is het uitgangspunt dat de financiële positie van gemeenten eerst op orde moet zijn, voordat met een nieuw kabinet afspraken gemaakt kunnen worden over betrokkenheid van gemeenten bij de ambities van het nieuwe kabinet op onder meer het gebied van woningbouw, energietransitie, klimaat en economisch herstel. Om de huidige problemen in de toekomst te voorkomen moeten de bestuurlijke verhoudingen worden herijkt.

Zoals bekend kampen veel gemeenten met ernstige financiële problemen, die leiden tot aantasting van hun autonomie en slagkracht. De positie van gemeenten is veranderd door een stevige uitbreiding van hun takenpakket. Hierin zit een disbalans tussen gemeentelijke verantwoordelijkheden en de middelen die gemeenten van het Rijk ontvangen. Bijvoorbeeld op het gebied van Jeugd. Onderzoek door het bureau AEF laat zien dat gemeenten in de afgelopen jaren op dit terrein €1,7 miljard tekort kwamen en dat zij weinig mogelijkheden hebben om binnen de huidige kaders van de Jeugdwet te komen tot een besparing. Dit zorgt voor grote lastenverzwaringen en verschraling van voorzieningen om de gemeentelijke begroting toch sluitend te krijgen.

De komende kabinetsformatie is voor gemeenten dan ook cruciaal. Op dat moment kunnen met het nieuwe kabinet afspraken worden gemaakt om de taken en middelen van gemeenten weer in balans te brengen.  

 

Eerst financiën op orde

De VNG voert al jaren een lobby voor meer geld en is daarin wisselend succesvol. Er zijn incidentele extra bedragen binnengehaald, maar een structurele oplossing die een einde maakt aan de jaarlijkse “bedelronde” bij het Rijk is er nog niet. Direct na het unaniem aannemen van de resolutie heeft de VNG het kabinet hierover per brief geïnformeerd. De brief straalt urgentie uit en kan gezien worden als ultieme poging om met het Rijk tot zaken te komen.

Nog deze maand wil de VNG met het kabinet afspraken maken over het oplossen van de sinds 2017 opgelopen financiële tekorten in het sociaal domein. Het “oud zeer” moet worden weggenomen. De uitkomst van deze onderhandelingen kan het Rijk nog verwerken in de zogenaamde meicirculaire. Die meicirculaire (die ook wel eens in juni verschijnt…) informeert de gemeenten over de omvang en de verdeling van o.a. de algemene uitkering en decentralisatie-uitkeringen uit het gemeentefonds in 2021. Belangrijke informatie voor gemeenten voor het kunnen opstellen van hun begroting

 

Barsten of buigen?

De VNG is glashelder: eerst de financiële positie van gemeenten op orde brengen, dan pas kunnen we afspraken maken over de betrokkenheid van gemeenten bij de nieuwe ambities van het kabinet. En dat de gemeenten bij die ambities hard nodig zijn, is in de afgelopen jaren wel duidelijk geworden.

Mochten de gesprekken niet het gewenste resultaat opleveren, dan zullen de gemeenten zich beraden op de dan blijvende disbalans tussen gemeentelijke verantwoordelijkheden en beschikbare middelen. Anders gezegd: ze moeten dan keuzes maken in wat wel en niet opgepakt kan worden c.q. waaraan wel of geen medewerking kan worden verleend.

De resolutie spreekt ook uit dat, voor nieuwe gemeentelijke taken en verantwoordelijkheden, voldoende middelen beschikbaar moeten zijn om de overeengekomen ambities waar te maken.  Dit vraagt om een aanscherping van artikel 2 van de Financiële verhoudingswet, zodat gemeenten hiervoor daadwerkelijk toereikende vergoedingen ontvangen.

 

Artikel 2 Financiële Verhoudingswet

 

  1. Indien beleidsvoornemens van het Rijk leiden tot een wijziging van de uitoefening van taken of activiteiten door provincies of gemeenten, wordt in een afzonderlijk onderdeel van de bijbehorende toelichting met redenen omkleed en met kwantitatieve gegevens gestaafd, welke de financiële gevolgen van deze wijziging voor de provincies of gemeenten zijn.
  2. In de toelichting wordt tevens aangegeven via welke bekostigingswijze de financiële gevolgen voor de provincies of gemeenten kunnen worden opgevangen.
  3. Over de toepassing van het eerste en tweede lid vindt tijdig overleg plaats met Onze Ministers.

 

Wet decentraal bestuur

Diverse onderzoeken bevestigen dat de interbestuurlijke verhoudingen uit het lood zijn geslagen. Van de uitgebrachte aanbevelingen ter verbetering komt nog maar weinig terecht. Om de interbestuurlijke verhoudingen weer in balans te brengen heeft de VNG het initiatief genomen tot een wet op het decentraal bestuur. Deze wet moet de basis bieden voor een beter evenwicht in de bestuurlijke en financiële verhoudingen tussen de rijksoverheid, provincies en gemeenten. Douwe Jan Elzinga, hoogleraar staatsrecht en gespecialiseerd in lokaal bestuur, heeft hiervoor een proeve geschreven. De achtergrond is dat er een einde moet komen aan de huidige ‘onordelijke verhoudingen en inconsistenties in het openbaar bestuur’.

De wet kent verschillende bouwstenen, die elk voor zich bijdragen aan het verminderen van de knelpunten in het huidige openbaar bestuur: 

  • Versterk het evenwicht tussen bestuurslagen  
  • Specificeer beleidscriteria voor de toedeling van taken en bevoegdheden aan decentrale overheden  
  • Versterk de positie van de decentrale volksvertegenwoordiging  
  • Moderniseer de interbestuurlijke en regionale samenwerking  
  • Laat de verantwoordelijkheid voor de gedecentraliseerde taken bij de direct betrokken overheden  
  • Versterk de uitvoeringskracht van decentrale overheden  
  • Maak onafhankelijke geschillenbeslechting mogelijk  

Interessant onderdeel van de wet is een stevige, regisserende rol voor de minister van Binnenlandse Zaken bij voorstellen van departementen die consequenties hebben voor de positie van gemeenten. Hierdoor kan de uitvoerbaarheid van wet- en regelgeving bij die voorstellen vanaf het begin worden meegenomen. Zoals de minister van Financiën nu een collega kan terugfluiten wanneer deze met zijn plannen buiten de financiële kaders treedt, zo moet de minister van BZK straks een streep kunnen trekken wanneer een collega-minister iets wil waar gemeenten en provincies niet mee uit de voeten kunnen. Dat dit nodig is blijkt wel uit de wijze waarop de decentralisaties jeugdzorg, maatschappelijke ondersteuning en arbeidsparticipatie hebben uitgepakt.

De proeve van het wetsvoorstel is gereed en kan dus onderwerp van gesprek zijn bij de kabinetsformatie. Wethouders en gemeentelijke lobbyisten kunnen de VNG hierbij behulpzaam zijn door (nogmaals) openlijk hun steun uit te spreken voor de wet decentraal bestuur. Wordt vervolgd!

 

Bronnen:

vng.nl

VNG Magazine nummer 18, 20 november 2020

 

Door: Lennart Harpe


«   »